Zilverblauwe knotsslak (Cuthonella concinna, (Alder & Hancock, 1843))

Algemene informatie

Kleine soort met slanke papillen op de rug, geplaatst in schuine dwarsrijen. Voet met iets uitgetrokken voetpunten. Transparant, kleurloos tot crème, papilinhoud bruin tot oker, met over de papillen vaak een zilverblauwe metaalglans. Top van de tentakels, rhinoforen en papillen met witte vlekjes. De kleine eisnoeren zijn met enkele slagen rond de takjes van Zeecypres geslagen. Een meer noordelijke soort. Van Noorwegen tot Het Kanaal en de Normandische kust van Frankrijk. Elders bekend van het Amerikaanse continent. In Nederland tot ca. 2005 alleen zeer sporadisch in het Waddengebied en de Wester- en Oosterschelde. Ook bekend uit de Noordzee (wrakken). Alleen voor de Oosterschelde geldt dat er vanaf 1996 sprake van een permanente populatie.

Lengte (mm)

Tot ca. 12 mm, soms iets groter.

Voedsel

Hydropoliepen: hier uitsluitend op Zeecypres, elders ook op ander soorten (Hydrozoa: hier monofaag op Sertularia cupressina, elders ook op andere species)

Alternatieve namen

Cuthona concinna

Meer informatie

Taxanomie details Cuthonella concinna op World Register of Marine Species
Zilverblauwe knotsslak
Zilverblauwe knotsslak
Eieren
Zilverblauwe knotsslak
Voedsel: Hydropoliepen: hier uitsluitend op Zeecypres, elders ook op ander soorten
Zilverblauwe knotsslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Locaties