Trage kroonslak (Doto fragilis)

Algemene informatie

Laatst bijgewerkt: 08 sep 2015 - 08:44

In Nederland vaak geel- tot oranjebruin, met witte puntjes op rug en rhinoforen. Op de flanken staande witte klieren vormen een onderbroken lijn. Geen rode tot zwarte vlekken zoals bij andere kroonslakken. Forse soort. Zijkant van de rug met 8-10 forse, vrij gladde, gezwollen papillen, dicht bezet met 8-12 vlakke wrattige tuberkels. Rhinoforen glad met trompetvormige schede, ca 4 keer zo lang als de schedes. Eieren als van de Roodgevlekte kroonslak, maar groter en grover van structuur. Schaars. Oosterschelde. Voor het eerst autochtoon waargenomen in de Oosterschelde in 1997. Jaarlijks zijn er minder dan tien waarnemingen van exemplaren uit de centrale Oosterschelde (Zierikzee en Goes), zowel uit de zomer en het vroege najaar van 2011, als uit het voorjaar en de zomer van 2012.

Lengte (mm)

40

Voedsel

Haringgraat (Halecium halecinum)
Trage kroonslak
Trage kroonslak
Eieren
Trage kroonslak
Voedsel: Haringgraat
Trage kroonslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Locaties