Bleke knuppelslak (Eubranchus pallidus)

Algemene informatie

Laatst bijgewerkt: 08 sep 2015 - 09:17

Rhinoforen ca. twee keer zo lang als de tentakels. De rug is dicht bezet met gezwollen papillen, gerangschikt in tot 10 schuin oplopende rijen van maximaal 7 papillen per rij, alle met een spitse punt. Aan de zijkanten is de voet dicht bezet met korte en minder gezwollen papillen. Schaars. Noordzee, Ooster- en Westerschelde, Waddenzee. Noord-Atlantische soort, IJsland, Barentszzee, Noorwegen, via de Britse Eilanden tot in de westelijke Middellandse Zee. Elders ook in Noordoost-Amerika. In Nederland sinds 1951 sporadisch autochtoon aangetroffen in de Westerschelde bij Vlissingen, in de Noordzee, bij Texel en Den Helder en op aangespoelde voorwerpen op onze stranden. Vanaf 1986 ook bekend uit de Oosterschelde, waar de dieren vooral in het centrale en westelijke gedeelte leven. Er zijn ook meerdere waarnemingen uit het zuidwestelijke Grevelingenmeer uit de periode 2006-2012.

Lengte (mm)

30

Voedsel

Slanke zeedraad (Obelia dichotoma)
Bleke knuppelslak
Bleke knuppelslak
Eieren
Bleke knuppelslak
Voedsel: Slanke zeedraad
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Locaties