Slanke ringsprietslak (Facelina auriculata)

Algemene informatie

Laatst bijgewerkt: 08 sep 2015 - 12:48

Halfdoorschijnend wit, kop en papillen met blauw iriserende waas. Soms met witte vlekken. Tentakels en papillen met witte top, papilinhoud bruinrood of grijs. Vooraan op de papillen een gebroken witte lijn. Staart met streep van witte puntjes. Bovenkant rhinoforen geel. Slanke slak, papillen lang, in 6 of meer clusters. Tentakels ca. 2x langer dan de gelamelleerde rhinoforen. Eisnoer als dunne witte, golvende draad, op plat vlak of op het voedsel; in dat geval als linksdraaiende spiraal tot 6 windingen. Oosterschelde, vrij schaars. West-Europese soort, voorkomend van Noorwegen tot in de westelijke Middellandse Zee. In Nederland voor het eerst aangetroffen in de Oosterschelde in 1992. Daarna steeds vaker op diverse duiklocaties in de centrale en westelijke Oosterschelde aangetroffen, gewoonlijk in kleine aantallen. Nog niet bekend uit het Grevelingenmeer.

Lengte (mm)

40

Voedsel

Hydroida (Leptolida)
Slanke ringsprietslak
Slanke ringsprietslak
Eieren
Slanke ringsprietslak
Voedsel: Hydroida
Slanke ringsprietslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Locaties