Slanke waaierslak (Flabellina gracilis)

Algemene informatie

Laatst bijgewerkt: 08 sep 2015 - 09:06

Transparant grijswit, vaak wit op koptentakels, rhinoforen en staartpunt (streep). Papilinhoud helder rood, soms geel, bruin of groen. Papiltoppen met witte ring, uiterste punt kleurloos. Slanke slak met gladde slanke papillen in 5-7 groepen. Rug niet geheel bedekt. Voet vooraan met zijpunten. Koptentakels lang, slank, rhinoforen glad. Eisnoer als gekronkelde dunne witte streng, meestal in Eudendrium takjes. Ooster- en Westerschelde, zeldzamer in Waddengebied. Wereldwijd komt de soort voor langs de kust van Noord-oost Amerika, Groenland, IJsland en van Noord-Noorwegen tot aan de Golf van Biskaje. In Nederland algemeen in de Oosterschelde en in de monding van de Westerschelde. Sinds 1996 wordt hij ook in de Grevelingen waargenomen. Hij is zeldzaam in het westelijk Waddengebied. Slakken met groen of geel gekleurde papillen zijn uitsluitend op Walcheren waargenomen. Zij voeden zich specifiek met E. album.

Lengte (mm)

tot 18mm

Voedsel

Hydroida (Eudendrium)
Slanke waaierslak
Slanke waaierslak
Eieren
Slanke waaierslak
Voedsel: Hydroida
Slanke waaierslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Locaties