Paarse waaierslak (Flabellina pedata)

Algemene informatie

Laatst bijgewerkt: 08 sep 2015 - 09:13

Ca. 20 (tot 50) mm. Kop, tentakels, rhinoforen en lichaam paarsviolet. Papillen met rode vertakkingen van de middendarmklier. Papiluiteinden transparant, met een witte ring over de cnidosac. Uiteinden koptentakels en rhinoforen wit. Slanke slak met even lange koptentakels en rhinoforen. Tentakels glad, Rhinoforen gerimpeld, met kleine wratjes. 4-6 gepaarde groepen papillen. Centrale rug kaal. Eisnoeren als witte dunne draad rond het voedsel gewonden. Oosterschelde, niet algemeen, maar wel toenemend. Voornamelijk langs de westelijke en zuidwestelijke Europese kust, van Noorwegen tot in de westelijke Middellandse Zee en Adriatische Zee. De eerste twee Nederlandse exemplaren werden in juni 1999 aangetroffen in de Oosterschelde. Sindsdien regelmatig aanwezig in de centrale en westelijke Oosterschelde j. Nog niet aangetroffen in het Grevelingenmeer of de Waddenzee.

Lengte (mm)

20

Voedsel

Hydroida (Eudendrium)
Paarse waaierslak
Paarse waaierslak
Eieren
Paarse waaierslak
Voedsel: Hydroida
Paarse waaierslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Locaties