Millenium wratslak (Geitodoris planata, (Alder & Hancock, 1846))

Algemene informatie

Mantel aan bovenzijde rozebruin, soms geelwit, lichtbruin tot donker roodbruin. Onderkant mantel meestal geelbruin, randen met typische bruine vlekjes. Op de rug een grote kieuwkrans. Ovaal, naar de rand afgeplat. Op de huid kleine wratjes en enkele grotere (zuurklieren), met lichtere, stervormige verkleuring rondom. Eisnoeren in een gedraaid, dik, wit of crème, open spiraalvormig golvend lint. Ooit massaal (2001-2004), tegenwoordig minder algemeen (Oosterschelde). Vanaf het zuiden van Noorwegen tot aan de Middellandse zee en in de Atlantische Oceaan. In Nederland in 1999 voor het eerst waargenomen in de Oosterschelde. Door het grote voedselaanbod, de afwezigheid van predatoren en ziekteverwekkers en de milde winters, kon de slak zich sterk uitbreiden in de Oosterschelde en voornamelijk de zuidkant van het Grevelingenmeer. In de zomer van 2001 en een paar daaropvolgende jaren jaren was sprake van een echte explosie. Deze vestiging rondom de millenniumwisseling gaf aanleiding tot de Nederlandse naam. Vanaf 2005 is de populatie grotendeels ingestort als gevolg van voedseltekort en mogelijk als gevolg van een koude winter. Buiten het Deltagebied is de soortaangetroffen in de open Noordzee (Klaverbank). Tegenwoordig voornamelijk bekend uit de Oosterschelde.

Lengte (mm)

Tot ca. 12 cm.

Voedsel

Mycale sponzen: hier de Geaderde korstspons (Porifera: hier Mycale micracanthoxea. elders ook andere Mycale sp.)

Meer informatie

Taxanomie details Geitodoris planata op World Register of Marine Species
Millenium wratslak
Millenium wratslak
Eieren
Millenium wratslak
Voedsel: Mycale sponzen: hier de Geaderde korstspons
Millenium wratslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Locaties