Rosse sterslak (Onchidoris bilamellata, (Linnaeus, 1767))

Algemene informatie

Geel-wit met een licht/donkerbruine marmering, zelden egaal witte dieren. Rugwratjes geel-wit. Min of meer ovaal, achter op de rug een grote niervormige kieuwboog met tot 30 kieuwen. De afgeronde rugwratjes zijn hard en ongelijk van grootte. Aan de zijkanten meer wratjes dan op de rug. Rhinoforen schuin geplooid. Eieren in een gegolfde gespiraliseerde band, met het smalle deel vastgehecht aan een harde ondergrond. Vrij algemeen (Zeeland, Waddengebied, Noordzee). Een typische noordelijke (boreale) soort, voorkomend in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan, vanaf het Arctisch Gebied, Groenland, Spitsbergen, IJsland, de Witte Zee en Noorwegen, tot de monding van de Loire (Frankrijk). Elders onder andere langs de noordoostkust van Amerika en Alaska. In Nederland vrij algemeen, soms talrijk, bijna overal langs de kust op hard substraat (dijken, strekdammen, zelfs mosselbanken). Niet bekend uit het Veerse Meer.

Lengte (mm)

Tot ca. 40 mm.

Voedsel

Zeepokken: Gekartelde zeepok e.a. soorten (Sessilia: Balanus crenatus e.a. species)

Meer informatie

Taxanomie details Onchidoris bilamellata op World Register of Marine Species
Rosse sterslak
Rosse sterslak
Eieren
Rosse sterslak
Voedsel: Zeepokken: Gekartelde zeepok e.a. soorten
Rosse sterslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Locaties