Karmozijnrode knotsslak (Rubramoena rubescens, (Picton & Brown, 1978))

Algemene informatie

Lichaam transparant. Kop en rug met witte vlekjes. Toppen van tentakels, papillen en rhinoforen geheel wit. Aan de basis van de voorste tot de middelste papillen vaak een karakteristieke karmozijnrode vlek. Halverwege de rhinoforen eveneens een brede karmozijnrode band. Slanke slak met gladde tentakels en rhinoforen en dunne en lange papillen, geplaatst in maximaal 11 borstelvormige rijen, met tot zes papillen per rij. Eisnoeren als dunne, gelatineuze band met een korrelige witte kern. Meestal om het voedsel gewikkeld. Schaars in de Oosterschelde.Een slanke slak. De tentakels en rhinoforen zijn glad. De dunne en lange papillen staan geplaatst in maximaal 11 borstelvormige rijen, met tot zes papillen in de voorste en daarmee ook langste rijen. Atlantische soort, die uitsluitend van de Europese kust bekend is. De meeste vindplaatsen liggen rond de Orkney-Eilandenen, rondom andere Britse Eilanden en in Ierland, waar de soort voor het eerst in 1978 door Picton & Brown is ontdekt en beschreven. De eerste continentale Europese waarneming is van de Trondheim-fjord, Noorwegen (1999). Later ook in Frankrijk gevonden. In Nederland in 2002 waargenomen in de Oosterschelde, waar de soort sindsdien in wisselende aantallen is waargenomen.

Lengte (mm)

Tot ca. 15 mm.

Voedsel

Uitsluitend op de hydropoliep Haringgraat (Hydrozoa: monofaag op Halecium halecinum)

Meer informatie

Taxanomie details Rubramoena rubescens op World Register of Marine Species
Karmozijnrode knotsslak
Karmozijnrode knotsslak
Eieren
Karmozijnrode knotsslak
Voedsel: Uitsluitend op de hydropoliep Haringgraat
Karmozijnrode knotsslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Locaties