Gekraagde vlokslak
Aeolidiella alderi (Cocks, 1852)
Lengte
Max. ca. 37 mm.Synoniemen
Karakteristieke kenmerken
In de voorste cerata vult de lange cnidosac tot meer dan de bovenste helft. Wit pigment op rhinoforen en koptentakels, vanaf het midden tot aan de top, in dichtheid toenemend.
Punten van de cerata met iets donker oranje pigment en de uiterste top
van de rhinoforen met een kleine karakteristieke oranje pigment punt.Andere kenmerken
Lengte tot circa 37 mm. Lichaam is slank en iets breder dan de smalle
voet. Bredere voorzijde van de voet met hoeken die spits uitsteken.
Rhinoforen zijn enigszins gerimpeld en iets korter dan de koptentakels. De spitse cerata staan in tot 16 gepaarde transversale
rijen. Met tot tien, soms beweeglijke, cerata per rij, per zijde. Op de
zijkanten van de kop staan de cerata tot voor de rhinoforen.Te verwarren met
Kleine- Aeolidiella glauca en Verborgen vlokslak Aeolidiella sanguinea. Juvenielen kunnen mogelijk verward worden met juveniele exemplaren van de grotere soorten vlokslakken: Grote- Aeolidia papillosa en Gekrulde vlokslak A. filomenae.Kleur
Lichaam meestal lichtoranje tot semitransparant grijs. Inhoud cerata
meestal oranje maar kan afhankelijk van de prooi keuze ook bleek
groenbruin, roze of donkerbruin zijn. Cerata met een transparante oranje
pigmentkap waaronder de cnidosac goed zichtbaar is.Eieren
Een onmiskenbare vlakke linksgedraaide onduidelijke spiraal met brede
ongestructureerde lussen. Het is gevuld met oranje of roze, soms witte
embryo’s die karakteristiek gepaard in de geleiachtige massa liggen. Met tot ca. 1.200 embryo's per eiersnoer.Prooi
Zee-anemonen, Actiniaria: Golfbrekeranemoon, Diadumene cincta en verschillende andere soorten kleine zeeanemonen.Endo- en Ectoparasieten
Er zijn momenteel nog geen bevestigde, geregistreerde Nederlandse waarnemingen bekend van copepode parasieten, op of in deze soort.Seizoenstrend
De soort wordt recent jaarlijks aangetroffen, en is gedurende het gehele
jaar waargenomen. Schaars, met de meeste waarnemingen in de zomer en
het najaar. Eiersnoeren: van mei t/m oktober. Wordt elders in Europa ook het gehele jaar waargenomen.Verspreiding in Nederland
De soort is pas vanaf december 2012, lokaal, sporadisch tot schaars,
uitsluitend in de Oosterschelde aangetroffen. Slechts zeer weinig
waarnemingen sinds 2018.Verspreiding in Europa
Zuidelijke soort met Nederland als noordelijke verspreidingsgrens. Ook
in Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, Portugal tot in de Middellandse
Zee.
Title
Content