Oranje plooislak

Ancula gibbosa (Risso, 1818)

Family
Goniodorididae
Superfamily
Onchidoridoidea
Infraorder
Doridoidei
Suborder
Doridina
Order
Nudibranchia
Superorder
Nudipleura
Subterclass
Ringipleura
Infraclass
Euthyneura
Subclass
Heterobranchia
Class
Gastropoda
Phylum
Mollusca
Kingdom
Animalia
Ancula gibbosa
Oranje plooislak © Valentin ENGELBOS
Ancula gibbosa
Eikapsel © Bernard PICTON, UK
© Peter H. van BRAGT

Lengte

Max. ca. 33 mm.

Synoniemen

Tritonia gibbosa (original combination)Ancula cristataAncula pacificaAncula sulphureaPolycera cristata

Karakteristieke kenmerken

Tot 12 of soms nog meer vingervormige papillen in een ring rond de kieuwkrans. Aan de basis van iedere rhinofoor 2 vingervormig spitse uitsteeksels.

Andere kenmerken

Lengte tot 33 mm, maar meestal kleiner. Slanke slak met een spitse staart. Met ongeveer op het midden van de rug 2-3 drievoudig geveerde kieuwen. Rhinoforen tot 12 grove lamellen op de bovenste helft. Twee korte koptentakels.

Te verwarren met

Harlekijnslak, Breedkop-harlekijnslak en de andere twee Nederlandse soorten harlekijnslakken.

Kleur

Lichaam is transparant wit. Met variabel wit pigment op de toppen van de papillen en vaak witte vlekken langs de basis van de kieuwen. Variabel, ook met oranje tot geel pigment op de toppen van alle aanhangsels en kieuwen, een gepigmenteerde lijn op de staart en puntjes op de rand van de voet. De gele tot oranje pigmentvlekken kunnen ook geheel afwezig zijn: de slakken zijn dan geheel wit.

Eieren

Een wit tot grijzig onregelmatig, kort en relatief dik koord dat vastgehecht op de zijkant en vaak enigszins met een komma- of u-vormige kromming, met minder dan een winding, tegen substraat wordt afgezet. Meestal in de buurt van de prooi.

Prooi

Kelkwormen, Entoprocta. Het is niet bekend of er een voorkeur is voor specifieke soorten kelkwormen.

Endo- en Ectoparasieten

Er zijn momenteel nog geen bevestigde, geregistreerde Nederlandse waarnemingen bekend van copepode parasieten, op of in deze soort.

Seizoenstrend

Er zijn onvoldoende Nederlandse gegevens/waarnemingen om een trend te analyseren. Deze eeuw, tot nu toe (2022) slechts één waarneming van de Noordzee: Ouddorp, 2018. Waarnemingen in Nederlandse wateren van tenminste de winter tot in de zomer. Eiersnoeren zijn in Nederlandse wateren van februari t/m juli en ook, maar minder, in het najaar aangetroffen. Elders van mei t/m november. Elders in Europa is de soort het gehele jaar waargenomen met de meeste waarnemingen van maart t/m augustus.

Verspreiding Nederland

Eerste Nederlandse waarneming is van 1909. Van de laagwaterlijn tot tenminste enkele tientallen meters diep aangetroffen. Sporadisch langs de Zeeuwse kust en iets vaker in het Marsdiep bij Den Helder. Ook bij Texel, Terschelling en IJmuiden. Laatste Nederlandse waarnemingen zijn uit 1997 en eenmalig in 2018 bij Ouddorp, Noordzee. Mogelijk is de soort toch meer aanwezig langs de kust, m.n. bij Den Helder en op Noordzee locaties waar echter weinig of niet gedoken wordt. Geen waarnemingen bekend uit de Westerschelde, Veerse Meer, Oosterschelde, Grevelingenmeer en Haringvliet.

Verspreiding Europa

IJsland, Noorwegen, Denemarken, Groot Brittannië, Ierland, Nederland, Frankrijk, Portugal, Soanje, tot in de Noord-Westelijke Middellandse Zee.