- Polycera quadrilineata , (O. F. Müller, 1776)

Lengte

Tot ca. 45 mm.

Karakteristieke kenmerken

Vier tot zes gele, slanke, spitse uitsteeksels op voorrand van kop. Twee meestal slanke spitse papillen naast de kieuwkrans.

Andere kenmerken

Lengte tot 45 mm. Slanke slak. Rhinoforen met een kale punt en dwarsgeplaatste lamellen op de bredere, bovenste helft. Twee korte mondtentakels. Kieuwkrans 5-11 enkelvoudig geveerde kieuwen, tussen twee iets naar achter geplaatste papillen. Papillen meestal slank, rond en spits. Soms een beetje verbreed.

Te verwarren met

Breedkop-harlekijnslak en Oranje plooislak.

Kleur

Halfdoorschijnend wit met zeer variabele gele soms oranje pigment strepen en vlekken. Geel pigment is meer aanwezig dan bij de Breedkop-harlekijnslak. Soms ook met meer of minder zwart pigment (melanisme)

Eikapsel

Een wit, kort, dik lint dat meestal wordt afgezet in een linksgewonden spiraal met net iets meer dan 1 winding. Te verwarren met eikapsels van de Breedkop-harlekijnslak. Tot ca. 20.000 eitjes per eikapsel.Struikachtige en korstvormige mosdiertjes: o.a. Harig kantmosdiertje, Steenmosdiertje en Haarmosdiertje.

Seizoen-trends

Dieren zijn het gehele jaar aangetroffen met een piek tussen het late voorjaar en het vroege najaar. Eikapsels meestal tussen mei en november aangetroffen.

Verspreiding Nederland

Vooral in Oosterschelde en op wrakken en boeien in de Noordzee. Sinds 2011 hier algemeen tot massaal. 1970 eerste Nederlandse waarneming.

Verspreiding Europa

Langs de gehele West-Europese Atlantische kust van IJsland en Noorwegen, Britse Eilanden tot in de Middellandse Zee.

Meer informatie

Taxanomie details Polycera quadrilineata op World Register of Marine Species
Harlekijnslak
Harlekijnslak
Eikapsel
Harlekijnslak
Voedsel (Wetenschappelijk): Bryozoa: Bicellaria ciliata, Scrupocellaria scruposa (foto) e.a. species
Harlekijnslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Duikplaatsen