- Polycera faeroensis , Lemche, 1929

Lengte

Tot ca. 45 mm.

Voedsel (Wetenschappelijk)

Bryozoa: o.a. Cellepora pumicosa, Crisularia plumosa en Crisia denticulata
Diverse mosdiertjes: o.a. Puimsteenmosdiertje [foto], Spiraalmosdiertje en Crisia denticulata

Meer informatie

Taxanomie details Polycera faeroensis op World Register of Marine Species

Beschrijving

Een meestal plompe of gezwollen slak met twee korte mondtentakels en 6-12 (meestal 8) gele tot oranje vingervormige kopuitsteeksels die voor de gelamelleerde rhinoforen staan. Halverwege kop en staart zit de kieuwkrans met 5-8 korte enkelvoudig geveerde kieuwen. Karakteristieke exemplaren met aan weerszijden van de kieuwkrans twee breed afgeplatte papillen. Typisch West-Europese soort, oorspronkelijk beschreven van de Faeröer-Eilanden. Momenteel bekend uit het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan tot het zuidelijke deel van Spanje. In Nederland waargenomen tijdens de Doggersbank-expeditie 2011, op een diepte van 30 m. In de jaren 90 is de soort ook waargenomen ten noorden van Ameland en Schiermonnikoog.
Breedkop-harlekijnslak
Breedkop-harlekijnslak
Eikapsel
Breedkop-harlekijnslak
Voedsel (Wetenschappelijk): Bryozoa: o.a. Cellepora pumicosa, Crisularia plumosa en Crisia denticulata
Breedkop-harlekijnslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Duikplaatsen