- Doto fragilis , (Forbes, 1838)

Lengte

Tot ca. 35 mm.

Karakteristieke kenmerken

Forse kroonslak met sterk gezwollen cerata zonder oppervakkige rode of zwarte pigmentvlekjes. Aan basis van iedere schede loopt een richel naar voorkant van de kop.

Andere kenmerken

Lengte tot 35 mm. Lange rhinoforen, glad vingervormig in een gladde trompetvormige schede. Tot 8, soms 10 paar sterk gewollen cerata staan dicht tegen elkaar, met 8-10 concentrische cirkels met wratten die ook zeer dicht tegen elkaar staan.

Te verwarren met

Andere Kroonslaksoorten die nog niet in Nederland zijn aangetroffen (D. hystrix en D. lemchei).

Kleur

Eenkleurig licht oranjebruin tot geelbruin. Met onregelmatige kleine witte pigmentstipjes op rug, wratten op cerata, rhinoforen en rand van de schede. Witgekleurde kliertjes op zijkanten van kop tot aan staart. Geen rode of zwarte pigmentvlekken.

Eikapsel

Een fors lint dat als een harmonica is opgevouwen. karakteristiek voor kroonslakken, maar in dit geval opvallend fors en grof van structuur. Met tot ruim 70.000 eitjes.Hier vooral op Haringgraat, elders ook Zeespriet e.a. hydropoliepen.

Seizoen-trends

Lente tot herfst.

Verspreiding Nederland

Zeldzaam. Onregelmatig in uitsluitend centrale en westelijke Oosterschelde aangetroffen op dieptes van ca. 5 - 25 mtr. Sinds 1997 in Nederland aangetroffen.

Verspreiding Europa

IJsland, Noorwegen tot aan Portugal, Spanje en in westelijke Middellandse Zee.

Meer informatie

Taxanomie details Doto fragilis op World Register of Marine Species
Trage kroonslak
Trage kroonslak
Eikapsel
Trage kroonslak
Voedsel (Wetenschappelijk): Hydrozoa
Trage kroonslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Duikplaatsen