- Doto fragilis , (Forbes, 1838)

Lengte

Tot ca. 35 mm.

Voedsel (Wetenschappelijk)

Hydrozoa: monofaag op Halecium halecinum
Hydropoliep: uitsluitend op Haringgraat

Meer informatie

Taxanomie details Doto fragilis op World Register of Marine Species

Beschrijving

In Nederland vaak geel- tot oranjebruin, met witte puntjes op rug en rhinoforen. Op de flanken staande witte klieren vormen een onderbroken lijn. Geen rode tot zwarte vlekken zoals bij andere kroonslakken. Forse soort. Zijkant van de rug met 8-10 forse, vrij gladde, gezwollen papillen, dicht bezet met 8-12 vlakke wrattige tuberkels. Rhinoforen glad met trompetvormige schede, ca 4 keer zo lang als de schedes. Eieren als van de Roodgevlekte kroonslak, maar groter en grover van structuur. Schaars. Oosterschelde. Voor het eerst autochtoon waargenomen in de Oosterschelde in 1997. Jaarlijks zijn er minder dan tien waarnemingen van exemplaren uit de centrale Oosterschelde (Zierikzee en Goes), zowel uit de zomer en het vroege najaar van 2011, als uit het voorjaar en de zomer van 2012.
Trage kroonslak
Trage kroonslak
Eikapsel
Trage kroonslak
Voedsel (Wetenschappelijk): Hydrozoa: monofaag op Halecium halecinum
Trage kroonslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Duikplaatsen