- Eubranchus exiguus , (Alder & Hancock, 1848)

Lengte

Tot ca. 7 mm. Zelden tot 18 mm.

Karakteristieke kenmerken

Kleine slak. Minder dan 16 gladde cerata staan enkelvoudig, dus niet in clusters, in twee lengte rijen en zijn bijna allemaal gepaard. Cerata met bruin en wit pigment op de top dat de cnidosac tenminste deels bedekt.

Andere kenmerken

Lengte tot 7 mm zelden iets groter tot 18 mm. Slanke gladde rhinoforen zijn langer dan koptentakels. Voetpunten aan voorzijde afgerond. Cerata in vorm veranderlijk, vaak in het midden enigszins gezwollen of naar top toe ingesnoerd.

Te verwarren met

Noordelijke knuppelslak, Slanke- en Brakwater-knotsslak.

Kleur

Lichaam semi-transparant grijs of geelwit met velden variabele groene of grijze pigmentvlekken. Tentakels en rhinoforen aan top met wit pigment en daaronder een bruine pigmentring. Middendarmkliervertakkingen in cerata bleek lichtdruin, geel of lichtgroen. Naar de top toe iets donkerder.

Eikapsel

Karaktersitiek boon-of niervormig met 20-90 eitjes per eikapsel.

Voedsel

Struikvormige hydropoliepen, o.a. Lange- en Geknoopte zeedraad.

Seizoen-trends

Voorjaar en zomer. Eikapsels vooral in zomer.

Verspreiding in Nederland

Algemeen op alle dieptes langs gehele Nederlandse kust en Noordzee. Vaker in Grevelingenmeer dan in Oosterschelde aangetroffen. Ook in brakwater. Beschreven in Bomme, 1773.

Europa Groenland, Witte Zee tot in Middellandse Zee.

Plompe knuppelslak
Plompe knuppelslak
Eikapsel
Plompe knuppelslak
Voedsel (Wetenschappelijk): Hydrozoa: Obelia longissima e.a. Obelia species
Plompe knuppelslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Duikplaatsen