- Cuthonella concinna , (Alder & Hancock, 1843)

Lengte

Tot ca. 12 mm, soms iets groter.

Karaktersitieke kenmerken

Deze soort is lastig met karakteristieke kenmerken te beschrijven. Veel lange slanke cerata met meestal licht- tot donkerbruine enigszins korrelige middendarmkliervertakkingen. Uiterste top cerata transparant, met daaronder een witte pigmentring. Bovenste helft van koptentakels en rhinoforen met wit pigment. Verder geen wit pigment op kop, lichaam en onderste 80% van cerata.

Andere kenmerken

Lengte tot 12 mm. Soms iets groter. Voorzijde voet is hoekig, niet uitstekend. Rhinoforen zijn langer dan koptentakels. Relatief veel, slanke, vaak ook lange cerata, in tot 10 dwarsrijen met 2-5 cerata per rij per zijde. Voorste cerata tot naast of vlak voor rhinoforen.

Te verwarren met

Bleke exemplaren van andere soorten knotsslakken.

Kleur

Lichaam is semi-transparant wit tot licht crèmekleurig. Middendarmkliervertakkingen soms grijsachtig. Zie verder bij de karakteristieke kenmerken.

Eikapsel

Een dunne witte snoer met U-vormige lussen die wordt afgezet in een slordige kluwen tussen de zijtakken en om hoofdas van het voedsel.

Voedsel

Hier monofaag op Zeecypres, elders ook andere verwante soorten hydropoliepen.

Seizoen-trends

Dieren vanaf het najaar maar vooral ook met eikapsels, in winter en voorjaar.

Verspreiding in Nederland

Algemeen in Oosterschelde. Ook bij Den Helder, sporadisch in het Waddengebied en Westerschelde. Sinds 1949 in Nederland aangetroffen. Tot 1985 ook in het Grevelingenmeer.

Europa

Noorwegen, Britse Eilanden tot aan Normandië, Frankrijk.

Synoniemen

Cuthona concinna

Meer informatie

Taxanomie details Cuthonella concinna op World Register of Marine Species
Zilverblauwe knotsslak
Zilverblauwe knotsslak
Eikapsel
Zilverblauwe knotsslak
Voedsel (Wetenschappelijk): Hydrozoa: hier monofaag op Sertularia cupressina, elders ook op andere species
Zilverblauwe knotsslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Duikplaatsen