- Aeolidiella sanguinea , (Norman, 1877)

Lengte

Max. ca. 46 mm.

Karakteristieke kenmerken

Cryptische, lastig te vinden soort, die vaak verborgen onder of in lege oesterschelpen leeft. Een lange cnidosac vult ongeveer het derde bovenste deel, tot soms driekwart van de lengte van de voorste cerata. Wit pigment is beperkt tot het bovenste kwart van de rhinoforen of nog minder.

Andere kenmerken

Lengte tot ca. 46 mm. Het lichaam is breder dan de voet. Brede voorzijde van de voet met hoeken die spits uitsteken. Voorzijde van de kop is ingesneden, met twee korte lobben. De rhinoforen zijn enigszins gerimpeld en iets korter dan de gladde koptentakels. Cerata met een spitse punt. Ze staan op de rug in tot circa 20 gepaarde dwarsrijen. Met tot tenminste 14 cerata per rij, per zijde. Op de zijkanten van de kop staan de cerata tot voor de rhinoforen.

Kan verward worden met

De Kleine vlokslak Aeolidiella glauca dat ook een vergelijkbaar, maar meestal meer gestructureerd eisnoer afzet. En de Gekraagde vlokslak A. alderi. Juvenielen kunnen mogelijk verward worden met juveniele exemplaren van de grotere soorten vlokslakken: Grote- Aeolidia papillosa en Gekrulde vlokslak A. filomenae.

Kleur

Lichaam is grijswit met een duidelijke oranje waas op de kop en rug. De inhoud van de cerata is groenbruin, bruin tot oranje. Deze kleur is waarschijnlijk afhankelijk van de prooisoort keuze. Cerata, voet en rug met kleine witte pigmentvlekjes. Cerata met een dunne witte pigmentkap, de cnidosac is onderhuids in de toppen van de cerata zichtbaar. Zonder kleine oranje punt op de uiterste top van de rhinoforen.

Eieren

Een lange dunne snoer met veel insnoeringen. Wordt meestal in een heel slordige en soms minder duidelijke linksgedraaide spiraal afgezet. Meestal op, in of onder lege oesterschelpen. Lijkt op het eiersnoer van de Kleine vlokslak: met minder insnoeringen, meestal een duidelijkere linksgedraaide spiraal, en een iets dunnere draad dan het eiersnoer van de Verborgen vlokslak A. sanguinea

Prooi

Zeeanemonen, Actiniaria: kleine soorten zeeanemonen, o.a. Gewone slibanemoon, Cylista troglodytes, Sierlijke slibanemoon, Cylista elegans en mogelijk ook Golfbrekeranemoon, Diadumene cincta.

Endo- en Ectoparasieten

Er zijn momenteel nog geen bevestigde, geregistreerde Nederlandse waarnemingen bekend van copepode parasieten, op of in deze soort.

Seizoenstrend

In Nederland wordt de soort recent jaarlijks waargenomen, met de meeste observaties van slakken en eiersnoeren in juni t/m september. Wordt elders in Europa vooral in de winter en het voorjaar aangetroffen.

Verspreiding in Nederland

Schaars. Vanaf 2013 uitsluitend aangetroffen in de Noordwestelijke Oosterschelde waar de soort sinds 2018 definitief gevestigd lijkt te zijn. Tot ruim 20 m diepte. Nog niet aangetroffen in de Westerschelde, Veerse Meer, Grevelingenmeer, Haringvliet, Waddenzee, Noordzee of aangespoeld op de Noordzeestranden.

Verspreiding in Europa

Met Nederland als de continentale Noordelijke verspreidingsgrens. Ook in Ierland, Groot-Brittanniƫ, Frankrijk, Spanje, Portugal, in de Westelijke Middellandse Zee en de Azoren.

Synoniemen

Eolis sanguinea (original name)

Meer informatie

Taxanomie details Aeolidiella sanguinea op World Register of Marine Species
Verborgen vlokslak
Verborgen vlokslak
Eikapsel
Verborgen vlokslak
Voedsel (Wetenschappelijk):
Verborgen vlokslak
Waarnemingen per jaar
Totaal waarnemingen
Duikplaatsen