Grote vlokslak
Aeolidia papillosa (Linnaeus, 1761)
Grote vlokslak © Peter H van Bragt
Eikapsel © Peter H. van BRAGT
© Peter H. van BRAGT
Lengte
Max. ca. 12 cm.Synoniemen
Limax papillosus (original name)Aeolidiella papillosaAeolis leslianaAeolis murrayanaDoris bodoensisDoris vermigeraEolis farinaceaEolis obtusalisEolis papillosaEolis plumataEolis rosea
Karakteristieke kenmerken
Brede, grote slak. Cerata zijn lang, vlak boven de basis rond in
doorsnede en staan aan de zijkanten van de kop, tot voor de
rhinoforen. Cerata staan in meestal slecht herkenbare transversale rijen, en steken vaak uit naar alle richtingen.
Het witte tot gelige pigment op de top van de rhinoforen bedekt slechts
een klein deel van de top. Bij de Gekrulde vlokslak Aeolidia filomenae loopt dit vaak diffuus verder naar beneden door. Veel kenmerken zijn zeer variabel en vaak overlappend met die van de Gekrulde vlokslak.Te verwarren met
Gekrulde vlokslak Aeolidia filomenae ,
waarvan de eiersnoeren waarschijnlijk ook identiek zijn. Onderwater en
op foto's zijn de twee grotere soorten vlokslakken, de Grote- Aeolidia papillosa en Gekrulde vlokslak A. filomenae, vaak niet goed van elkaar te onderscheiden. Zie ook de soortpagina van het Grote vlokslak-complex en de onderstaande opmerking.Halfvolwassen slakken zijn mogelijk ook te verwarren met de kleinere soorten vlokslakken: Kleine- Aeolidiella glauca, Gekraagde- A. alderi en Verborgen vlokslak A. sanguinea.
Andere kenmerken
Behoort tot de orde Nudibranchia: de echte naaktkieuwige zeenaaktslakken. Lengte tot 12 cm. Voorrand van de voet met korte spits uitstekende
punten. De gladde rhinoforen zijn langer dan de gladde koptentakels. Lichaam is breder dan de voet, waarvan, door overhangende cerata, de randen meestal niet zichtbaar zijn. De puntige staart steekt vlak achter de spitse cerata een beetje uit. De ogen staan vlak achter de rhinoforen en zijn nauwelijks of niet zichtbaar. Cerata staan in tot circa 25 transversale rijen, van gepaarde, brede kammen, met tot circa max. 24 cerata per kam. Centrale rug zonder cerata. Bij juveniele dieren zijn de cnidosacs meestal goed zichtbaar, bij volwassen dieren zijn die meestal minder goed zichtbaar.Kleur
Variabel en deels gelijk aan de Gekrulde vlokslak A. filomenae: juveniele slakken zijn meestal wit of licht grijs. Lichaam en cerata van oudere slakken zijn wit tot bruingrijs en vaak variabel met kleine (vuil)witte, gelige, grijze, bruine tot zwarte pigmentpuntjes bezet. Soms zijn die volledig afwezig. Bij karakteristieke dieren, op de kop geen witte tot gelige driehoekige pigmentvlek. Cerata zonder een specifieke pigmentkap, echter de cnidosacs zijn bij sterk gepigmenteerde dieren moeilijk te herkennen.Eieren
Dik, geleiachtig, in
dwarsdoorsnede rond snoer: meestal compact gevuld met witte, roze,
lichtgele of lichtoranje korte staafjes die een vaak onderbroken draad
met omgeslagen lussen vormen. Een linksgedraaide spiraal met 1-3
windingen, dat op diverse substraten wordt afgezet. Per eiersnoer
honderden staafjes met ieder weer honderden capsules met 12-20 embryo's
per capsule. In totaal tot ca. 500.000 embryo's per eiersnoer. Het is
waarschijnlijk niet te onderscheiden van de eiersnoeren van de Gekrulde vlokslak. Zie ook de ondertaande opmerking.Prooi
Zeeanemonen, Actiniaria: grote en kleine soorten zeeanemonen, o.a. Zeeanjelier Metridium senile en Zeedahlia Urticina feline.Endo- en Ectoparasieten
Van deze soort zijn er Nederlandse waarnemingen bekend van enkelvoudige infecties met copepoda Doridicola agilis aff. ectoparasieten en Splanchnotrophidae sp. endoparasieten uit zowel de Oosterschelde als het Grevelingenmeer. Er zijn geen waarnemingen van dubbelinfecties bekend.Opmerking
Op basis van anatomisch en DNA-onderzoek is in 2016 deze soort gesplitst in Grote- en Gekrulde vlokslak A. filomenae. Veel historische Nederlandse en Europese waarnemingen van de Grote vlokslak betreffen mogelijk de Gekrulde vlokslak A. filomenae. Oude en nieuwe waarnemingen waarvan niet met zekerheid kan worden vastgesteld of het de Grote- of Gekrulde vlokslak A. filomenae betreft kunnen onder de naam Grote vlokslak-complex
geregistreerd worden. Als gevolg van deze splitsing zijn er weinig geverifieerde gegevens over de specifieke verspreiding en
ecologie van de beide individuele soorten.Seizoenstrend
De beide soorten van het Grote vlokslak-complex worden in Nederland jaarlijks aangetroffen, en kunnen in alle
seizoenen waargenomen worden. De meeste waarnemingen zijn van februari t/m juni.
Minder waarnemingen in de zomer, maar de eerste juveniele slakken kunnen al in augustus aangetroffen worden. Eiersnoeren vooral in de winter tot in de vroege zomer. Elders in Europa met dezelfde trend.Verspreiding in Nederland
Job Baster heeft in 1759-1765 als eerste over een grote soort vlokslak gepubliceerd. Samen met de Egelslak Acanthodoris pilosa was dit de eerste Nederlandse publicatie over zeenaaktslakken. Het is echter niet duidelijk of het een Grote- of Gekrulde vlokslak A. filomenae betreft.
Beide soorten van het Grote vlokslak-complex komen sympatrisch, gezamenlijk voor in de Nederlandse kustwateren. Zeer waarschijnlijk algemeen, op alle dieptes, langs de gehele
Nederlandse kust: Wester- en Oosterschelde, Grevelingenmeer, Waddenzee,
Noordzee en aangespoeld op de Noordzeestranden. Geen recente
waarnemingen uit het Veerse Meer en Haringvliet. Van de Zeeuwse Delta zijn er recent meer meldingen geregistreerd van de Gekrulde vlokslak A. filomenae dan van de Grote vlokslak. Waarnemingen van het Grevelingenmeer zijn recent drastisch afgenomen. Zie ook de bovenstaande
opmerking!
Verspreiding in Europa
Witte Zee, IJsland, Faeröer, Groot-Brittannië, Ierland, Noorwegen, Zweden, Denemarken, Duitsland, met Nederland als mogelijke zuidelijke verspreidingsgrens van continentaal Europa. Er bestaat onzekerheid over de identificatie van waarnemingen van grote vlokslakken uit België en zuidelijker tot Spanje en Portugal. Mogelijk behoren ze allemaal tot de Gekrulde vlokslak A. filomenae.
Title
Content