Verborgen vlokslak
Aeolidiella sanguinea (Norman, 1877)
Verborgen vlokslak © Peter H. van BRAGT
Eikapsel © Peter H. van BRAGT
© Peter H. van BRAGT
Lengte
Max. ca. 46 mm.Synoniemen
Eolis sanguinea (original name)
Karakteristieke kenmerken
Cryptische, lastig te vinden soort, die vaak verborgen onder of in lege oesterschelpen leeft. Lange cnidosacs vullen ongeveer het derde bovenste deel, tot soms driekwart van de lengte van de voorste cerata. Wit pigment is beperkt tot het bovenste kwart van de rhinoforen, of soms nog minder.Kan verward worden met
De Kleine vlokslak Aeolidiella glauca dat ook een vergelijkbaar, maar meestal meer gestructureerd eisnoer afzet. En de Gekraagde vlokslak A. alderi. Juvenielen kunnen mogelijk verward worden met juveniele exemplaren van de grotere soorten vlokslakken Aeolidia: Grote- Aeolidia papillosa en Gekrulde vlokslak A. filomenae.Andere kenmerken
Behoort tot de orde Nudibranchia: de echte naaktkieuwige zeenaaktslakken. Lengte tot ca. 46 mm. Het lichaam is breder dan de voet. Brede voorzijde van de voet met hoeken die spits uitsteken. Voorzijde van de kop is ingesneden, met twee korte lobben.
De rhinoforen zijn enigszins gerimpeld en iets korter dan de gladde
koptentakels. Cerata met een spitse punt. Ze staan op de rug in tot
circa 20 gepaarde dwarsrijen. Met tot tenminste 14 cerata per rij, per
zijde. Op de zijkanten van de kop staan de cerata tot voor de
rhinoforen.Kleur
Lichaam is grijswit met een duidelijke oranje waas op de kop en rug. Ook meestal een oranje waas in de rhinoforen en de koptentakels. De
inhoud van de cerata is groenbruin, bruin tot oranje. Deze kleur is
waarschijnlijk afhankelijk van de prooisoort keuze. Cerata, voet en rug
met kleine witte pigmentvlekjes. Cerata met een dunne witte pigmentkap,
de cnidosacs zijn onderhuids in de toppen van de cerata zichtbaar. Zonder
kleine oranje punt op de uiterste top van de rhinoforen.Eieren
Een lange dunne snoer met veel insnoeringen. Wordt meestal in een heel
slordige en soms minder duidelijke linksgedraaide spiraal, met 3-5 windingen, afgezet.
Meestal op, in of onder lege oesterschelpen. Lijkt op het eiersnoer van
de Kleine vlokslak:
met minder insnoeringen; meestal een duidelijkere linksgedraaide
spiraal; een iets dunnere draad dan het eiersnoer van de Verborgen
vlokslak A. sanguineaProoi
Zeeanemonen, Actiniaria: kleine soorten zeeanemonen, o.a. Gewone slibanemoon Cylista troglodytes, Sierlijke slibanemoon Cylista elegans en mogelijk ook Golfbrekeranemoon Diadumene cincta.Endo- en Ectoparasieten
Er zijn nog geen bevestigde, geregistreerde Nederlandse waarnemingen bekend van ecto- of endoparasitaire copepoda, op of in deze soort.Seizoenstrend
In Nederland werd de soort recent jaarlijks waargenomen, met de meeste
observaties van slakken en eiersnoeren in juni t/m september. Wordt
elders in Europa vooral in de winter en het voorjaar aangetroffen.Verspreiding in Nederland
Schaars. Vanaf 2013 uitsluitend aangetroffen in de Noordwestelijke
Oosterschelde waar de soort sinds 2018 definitief gevestigd lijkt te
zijn. Tot ruim 20 m diepte. Maar sinds 2022 zijn er geen waarnemingen meer geregistreerd. Nog niet aangetroffen in de Westerschelde,
Veerse Meer, Grevelingenmeer, Haringvliet, Waddenzee, Noordzee of
aangespoeld op de Noordzeestranden.Verspreiding in Europa
Groot-Brittannië, Ierland, Nederland als de noordelijke
verspreidingsgrens van continentaal Europa, Frankrijk, Spanje, Portugal,
de westelijke Middellandse Zee en de Azoren.Title
Content