Vijfbandige knotsslak

Trinchesia cuanensis Korshunova, Picton, Furfaro, Mariottini, Pontes, Prkić, Fletcher, Malmberg. Lundin & Martynov, 2019

Trinchesia cuanensis
Vijfbandige knotsslak © Peter H. van BRAGT
Trinchesia cuanensis
Eikapsel © Peter H. van BRAGT
Hydropoliepen
Hydropoliepen © Peter H. van BRAGT

Lengte

10 mm

Synoniemen

Tenellia cuanensis

Karakteristieke kenmerken

De laterale lobben op de hoeken aan de voorzijde van de voet steken een klein beetje afgerond, tot driehoekig uit. Mogelijk is dit, in combinatie met de blauwe band in de bovenste helft van de cerata het enige betrouwbare diagnostische kenmerk. Onderwater of op foto's is dit kenmerk echter meestal niet of zeer slecht herkenbaar. Bij karakteristieke slakken wordt de blauwe band op de cerata aan de boven- en onderzijde begrensd door een smalle zwarte en meestal bredere oranje tot gele band. Dit kleurpatroon lijkt echter variabel te zijn. Sommige banden kunnen afwezig zijn en mogelijk soms ook overlappen met de kleurpatronen op de cerata van de Hemelsblauwe knotsslak.

Te verwarren met

Hemelsblauwe knotsslak Trinchesia caerulea met spits uitstekende hoeken van de voorzijde van de voet; een iets bredere blauwe pigment band op de cerate; en een iets langere eiersnoer, met meestal 2-3 windingen.

Andere kenmerken

Behoort tot de orde Nudibranchia: de echte naaktkieuwige zeenaaktslakken. Lengte tot circa 15 mm. Hier meestal niet groter dan ruim 10 mm. Met een smalle voet. De gladde cerata zijn een beetje gezwollen en in de punt is de cnidosac goed zichtbaar. Cerata staan in tot tien gepaarde, onduidelijk gerangschikte dwarsrijen met tot circa zes cerata per rij, per zijde. De gladde rhinoforen zijn tot 2,5 keer langer dan de korte koptentakels.

Kleur

Lichaamskleur is vaak lichtgroen maar kan ook meer wit zijn. De vertakkingen van de middendarmklier zijn in de onderste helft van de cerata zichtbaar: vaak donkergrijs tot bijna zwart, soms echter veel lichter. Cerata met een semitransparante licht oranje tot geel gekleurde uiterste punt, zonder witte gepigmenteerde kap. Lichaam en uitsteeksels zijn vaak bedekt met kleine lichtgele, nauwelijks herkenbare pigmentpuntjes.

Eieren

Een kleine, korte maar ook relatief brede en stevige, witte tot vuilwitte geleiachtige band, met meer dan 300 embryo's. Vastgehecht op de zijkant, meestal in een linksgedraaide ovale spiraal met iets meer dan 1-2 windingen, wordt het vaak afgezet op de prooi. Het is korter dan de eiersnoeren van de Hemelsblauwe knotsslak, dat meestal 2-3 windingen heeft.

Prooi

Hydropoliepen, Hydrozoa: soorten van het geslacht Sertularella. Wordt in Nederland met name op S. elisii aangetroffen.

Endo- en Ectoparasieten

Er zijn nog geen bevestigde, geregistreerde Nederlandse waarnemingen bekend van ecto- of endoparasitaire copepoda, op of in deze soort.

Opmerking

Gebaseerd op anatomisch en DNA-onderzoek, is de soort Hemelsblauwe knotsslak Trinchesia caerulea in 2019 gesplitst in drie soorten. Twee daarvan komen voor op de noordwestelijke Europese kust: de Vijfbandige- T. cuanensis en Hemelsblauwe knotsslak T. caerulea. Deze zijn onderwater en op foto's nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Om niet met zekerheid gedetermineerde waarnemingen te kunnen registreren is het Hemelsblauwe knotsslak-complex geïntroduceerd. Er is momenteel nog veel onduidelijk over onderscheidende en overlappende kenmerken, de verspreiding en ecologie van de individuele soorten.
De Vijfbandige knotsslak T. cuanensis  is met zekerheid op de Nederlandse kust aangetroffen. Of de Hemelsblauwe knotsslak T. caerulea hier daadwerkelijk sympatrisch met de Vijfbandige- T. cuanensis aanwezig is moet met behulp van DNA onderzoek op verzamelde dieren nog definitief bevestigd worden.
De soortnaam "Vijfbandige" knotsslak is afgeleid van het kleurenpatroon op de cerata van karakteristieke dieren.

Seizoenstrend

Er zijn onvoldoende Nederlandse gegevens/waarnemingen om een trend te analyseren. De verspreiding van deze soort in de Nederlandse kustwateren is, mede door de sterke gelijkenis met de Hemelsblauwe knotsslak, onduidelijk. In Nederland worden slakken die behoren tot deze soort, , bevestigd door DNA-analyses en zeker behoren tot het Hemelsblauwe knotsslak-complex, schaars aangetroffen: van maart t/m november. Maar ze zijn mogelijk gedurende het gehele jaar aanwezig. Op de locaties waar deze slakken gevonden worden, wordt zelden in de winter gedoken! Elders in Europa is deze soort het gehele jaar waargenomen, met de meeste waarnemingen van februari t/m juni. Zie ook de bovenstaande opmerking.

Verspreiding in Nederland

Nederlandse waarnemingen van exemplaren van het Hemelsblauwe knotsslak-complex zijn sinds 2012 geregistreerd. In datzelfde jaar is ook de Vijfbandige knotsslak T. cuanensis hier voor het eerst waargenomen. Op zijn best is het een zeldzame soort in Nederland, met een beperkt aantal bevestigde waarnemingen in de zuidwestelijke Oosterschelde en in de Noordzee op de Kop van Walcheren, waar het mogelijk sympatrisch voorkomt met de Hemelsblauwe knotsslak Hemelsblauwe knotsslak. Er zijn geen bevestigde waarnemingen uit de Westerschelde, het Veerse Meer, Grevelingenmeer, Haringvliet, de Waddenzee of aangespoeld op de Noordzeestranden. Zie ook de bovenstaande opmerking.

Verspreiding in Europa

Noorwegen, Zweden, Groot Brittannië, Duitsland, Nederland, Frankrijk, Spanje, Portugal tot in de westelijke Middellandse Zee.