Kleine sterslak

Atalodoris pusilla (Alder & Hancock, 1845)

Atalodoris pusilla
Kleine sterslak © Oscar BOS
Atalodoris pusilla
Eikapsel © Tekening: ALDER & HANCOCK, 1845-1855
© Peter H. van BRAGT

Lengte

Max. 9mm

Synoniemen

Doris pusilla (original name)Knoutsodonta pusillaOnchidoris pusilla

Karakteristieke kenmerken

Mantel is nagenoeg geheel bedekt met kleine onregelmatig gevormde donkerbruine tot zwarte pigmentvlekjes die deze soort een donker uiterlijk geven. Rhinoforen en kieuwveren zijn opvallend semi-transparant.

Te verwarren met

Slakken en de eiersnoeren zijn mogelijk te verwarren met Atalodoris inconspicua en andere Atalodoris soorten, die allen nog niet in Nederland zijn aangetroffen. Ook met juveniele Rosse sterslakken Onchidoris bilamellata, die echter meestal veel witter zijn en een compactere kieuwkrans met meer kieuwveren hebben. Mogelijk ook andere juveniele of kleine soorten Dorididae.

Andere kenmerken

Geen echte zeenaaktslak (orde Nudibranchia) maar behoort tot wratslakken: orde Doridida. Lengte tot circa 9 mm. Algemene lichaamsvorm is plat ovaalvormig: kort, breed, met afgeronde uiteinden. De mantel bedekt het volledige lichaam. De wratten op de mantel zijn klein en onopvallend;  aan de rand van de mantel het kleinst; en naar de uiteinden geleidelijk taps toelopend. Rhinoforen met tot negen relatief forse lamellen. Kieuwkrans met tot negen lange, smalle en enkelvoudig geveerde kieuwveren.

Kleur

De rug  is donker gekleurd door talrijke onregelmatig gevormde kleine donkerbruine tot zwarte pigmentvlekjes, die tussen de wratten, in de huid van de mantel, dicht opeen staan. Midden op de rug is er meer pigment aanwezig dan aan de rand van de mantel. Met grotere diffuse donkere vlekken op de centrale rug. Ook bruine pigmentvlekjes rond de anus, in het centrum van de kieuwkrans. De bovenzijde van de wratten met diffuse kleine, bruine pigmentvlekjes. De basis van de wratten is wit. Tevens kleine bruine pigmentvlekjes op de voet.

Eieren

Een witte, smalle band, die vastgehecht op de zijkant, in een linksgedraaide compacte spiraal met tot negen windingen, meestal op de afgegraasde prooi, wordt afgezet. Met tot circa 500 embryo’s per eiersnoer. Nog niet in de Nederlandse kustwateren aangetroffen. Eiersnoeren van deze soort zijn te verwarren met de eiersnoeren van de andere Europese Atalodoris soorten, die echter nog niet in Nederland zijn aangetroffen.

Prooi

Mosdiertjes, Bryozoa: diverse soorten korstvormige mosdiertjes: o.a. Schizomavella linearis, Escharella immersa, Porella concinna e.a. soorten.

Endo- en Ectoparasieten

Er zijn nog geen bevestigde, geregistreerde Nederlandse waarnemingen bekend van ecto- of endoparasitaire copepoda, op of in deze soort.

Seizoenstrend

Met slechts een waarneming van twee exemplaren, in juli 2019, zijn er onvoldoende Nederlandse gegevens/waarnemingen om een trend te analyseren. Elders in Europa: gedurende het gehele jaar waargenomen, maar minder in het najaar. Eiersnoeren zijn hier nog niet aangetroffen. Elders in Europa: o.a. in mei.

Verspreiding in Nederland

Zeldzaam: slecht éénmalig in Juli, 2019 aangetroffen in de Noordzee op de Doggersbank. Geen waarnemingen van de Zeeuwse Delta, Waddenzee of aangespoeld op de Noordzeestranden.

Verspreiding in Europa

Noorwegen, Groot Brittannië, Ierland, Nederland (Noordzee), Atlantische Kust van Spanje en Portugal, Gibraltar en in de Middellandse Zee.